Minder is meer

16

Op bezoek bij Thom Geraedts, beeldend kunstenaar

Ik lees:
weet niet
langzaam volgt men de aap door het struikgewas

Ik hoor:
geluid van een voorbijrijdende trein

Ik zie:
een zwarte ellips op een lichtbeige oppervlak. Bruinrode vlekken alsof een slordige hand er wat aarde op heeft gestrooid.
Aan de bovenste rand van de ellips drie glimlichten waarvan er een langzaam opzij beweegt.
Plotseling komt de ellips overeind en verandert in een cirkel die schijnbaar op eigen kracht ronddraait. De cirkel is een schijf van golfkarton. De ene zijde is zwart, de andere lichtbeige. Bij elke omwenteling wordt de cirkel een ellips, dan weer een cirkel, dan weer een ellips…

Liggende ellips. Het licht op de rand beweegt, het wordt sterker en stralender, alsof de ellips een beetje wordt opgetild zodat het licht als schitterend water langs de rand stroomt. Zit ik in een ruimte onder de ellips en zie ik het licht van boven komen? Of ben ik zelf boven, kijk ik neer op de ellips en komt het licht van onderen?
Een hand gooit zes keer drie kurken op de ellips (of cirkel?) Een zwarte, een donkergrijze en een beige kurk. Als ze stil liggen vormen ze telkens een ander patroon. Soms rolt een van de kurken uit beeld, soms twee, soms alle drie.
Dan is er alleen dat vlak met die ellips.

Een tol, bestaande uit een donkergrijze cirkel en een staafje vanuit het midden, draait snel, maar ook wankelend rond. Welke kant zal hij opvallen als hij is uitgedraaid?

Een witte ellips beweegt in het rond. Is die beweging cirkelvormig of ellipsoïde?

Full close up van een jonge vrouw met een donkere huid, zwart haar en volle lippen. Expressieve donkerbruine ogen. Haar ogen tasten iets af dat wij niet kunnen zien. Is het de tol?
De tol draait en bevriest. Draait en bevriest.

Een wit vlak. Een zwart vlak.

Het voorafgaande is een beschrijving van een werk van Thom Geraedts, beeldend kunstenaar te Leiden.
De titel “weet niet” vraagt erom geïnterpreteerd te worden. Wie weet niet? De kunstenaar of de toeschouwer? En wat weet wie niet?
In het filmpje zit ook een hint verborgen. De hand die dobbelt met de drie kurken.

In de retorica is een ellips iets dat weggelaten wordt. Er wordt hier heel veel weggelaten. Minimalisme is de kunst van het weglaten. Net zo lang weglaten tot alleen het meest wezenlijke overblijft. Tot de vraag rijst: Is dit nog wel kunst? Een stapeling van dozen. Een partij netjes geordende bakstenen. Vijf tl-buizen. Toch is het niet zo gemakkelijk als het lijkt. Net zomin als mijn kleine zusje in staat is een schilderij in de stijl van Karel Appel te maken, ben ik in staat een object te maken dat voor minimalistische kunst kan doorgaan. Wat ik maak lijkt een sinterklaassurprise, het is gefröbel. De cirkels en/of ellipsen van Thom Geraedts zijn een onderzoek naar zuivere vormen. Zoals hij het zelf enigszins raadselachtig omschrijft: “Eenheid, in het hoe, is mijn onderwerp.”
Niks geen diepere zielenroerselen, niks geen allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Niks geen pracht van details, kleuren en vormen. Kijken naar het allereenvoudigste: een vierkant, een rechthoek, een cirkel, een kubus.

11-1[1]

Een jaar of wat geleden heb ik Thoms cirkels van golfkarton om zo te zeggen al eens in levende lijve gezien, in het Kröller-Müller museum. Alleen bewogen ze toen niet. Ze zaten vast aan de muur, in verschillende maten en patronen. Toen dacht ik: Witte en zwarte cirkels. Is dat niet wat al te simpel? Zo zijn we in het dagelijks leven geconditioneerd. Je ziet iets, je plakt er een etiket op en dan hoef je je er verder niet in te verdiepen. Iedereen weet toch wat cirkels zijn? Jazeker, maar weten en zien zijn niet hetzelfde. Zoals de minimalist Robert Morris het treffend verwoordde: “Eenvoud van vorm is niet noodzakelijk hetzelfde als eenvoud van ervaring.”
Nu ben ik met een vriendin op weg naar Thoms atelier. We gaan zijn werk bekijken. In het Kröller-Müller was ik met diezelfde vriendin, maar wat ik toen van die cirkels dacht, durfde ik haar niet te zeggen. Zij kent Thom al sinds zijn jeugd. Hij was van jongs af aan al een talent, zegt ze.
Thom woont, net als zijn broer Pieter, eveneens beeldend kunstenaar, in een voormalige school. De hoge plafonds van de ouderwetse klaslokalen heeft hij zelf verlaagd met houten balken en plafondplaten. Het ziet er strak en solide uit. De verschillende materialen zijn niet verder afgewerkt, er is niet geschilderd of gestuukt. De hand van de doe-het-zelver is zichtbaar aanwezig. De materialen zijn zichzelf.
In het lokaal, waar hij vroeger ook wel exposeerde, heeft hij een aantal werken voor ons uitgestald. Sommige hangen aan de muur, andere liggen op lage, verrijdbare tafels, die schuin aflopen.

Al op jonge leeftijd zat Thom te tekenen en te schilderen in het atelier van zijn vader Pieter Geraedts, een in Leiden en omgeving bekende kunstschilder en glazenier. Toen hij zeven jaar was, had zijn vader een expositie in de Lakenhal. De museumdirecteur kwam af en toe kijken in het atelier – dat deden ze toen nog – en daar zag hij ook wat de kleine Thom maakte. Dat beviel hem zo goed dat hij hem in een van de zalen twaalf werken liet exposeren, vooral religieuze voorstellingen in navolging van zijn vader die daarin gespecialiseerd was. Hij had zelfs al eens een glas-in-loodraampje gemaakt.
In het atelier van zijn vader leerde hij goed tekenen en schilderen. Hij kreeg er geen les, maar zijn vader zei wel wat hij ervan vond en wat er verbeterd kon worden. “Meestal deed hij dat zelf, lacht Thom. Dan zei hij: ‘Kijk, dat doe je zo.’” Hij leerde portretten en stillevens schilderen. En ze gingen vaak schetsen maken in de dierentuin. Zo leerde hij langzaamaan de kneepjes van het vak.
Op de mulo maakte hij plastieken van allerlei dieren en kreeg hij belangstelling voor beweging. Hij bouwde kleine bewegende machines, geïnspireerd door het werk van Tinguely dat hij in het Stedelijk Museum in Amsterdam had gezien. De meeste ervan zijn verloren gegaan, er is alleen nog een auto met excentrische wielen die bij het rijden op en neer hobbelt. Het motortje doet het helaas niet meer.
Een van zijn tekeningen uit die tijd, nog kinderlijk van stijl, stelt een machine voor die doet denken aan de surrealistische mechanieken van Francis Picabia uit de jaren twintig. “De binnenkant van mijn horloge,” zegt Thom lachend. Ik weet niet of hij dat serieus bedoelt of als grapje, maar ik vind het een beetje flauw om daar meteen naar te vragen.
Op een andere tafel liggen twee tekeningen van machines die op een soort kachels lijken. Die zijn geïnspireerd door een uitstapje dat hij maakte naar de Hoogovens in IJmuiden. Hij vertelt hoe fascinerend hij dat vond, die enorme machines waarbinnen van alles gebeurde. Toen hij deze tekeningen maakte was hij een jaar of vijftien. Van leren en huiswerk kwam door dit alles uiteraard niet veel terecht.

Thom groeide op in een groot gezin. Toen ze op een dag zaten te eten vroeg zijn vader hem: “En, hoe gaat het op school?” Thom, nu bijna zestig, trekt een benauwd gezicht. Het ging namelijk helemaal niet goed op school. Hij was blijven zitten en hij was bang dat hij weer zou blijven zitten. Zijn vaders reactie was niet wat hij had verwacht. “Geef ’s een pen en papier,” zei hij. Hij schoof zijn bord opzij en begon te schrijven. “Geachte heer, hierbij deel ik u mede, dat mijn zoon Thom vanaf heden niet meer naar school gaat… Hoogachtend etc..” Thom, die nog steeds iets heeft van de schooljongen van toen, imiteert met sprekende gebaren de bewegingen van zijn vader, het wegschuiven van het bord, het schrijven van de brief.
Vanaf dat moment kon hij al zijn tijd besteden aan tekenen en schilderen. Hij kreeg een tweede expositie in een Leidse galerie en zijn werk werd in de plaatselijke krant geprezen als begaafd, oorspronkelijk en verbeeldingsrijk.
Hierna gaat het snel. Op zijn zeventiende schildert hij geen herkenbare objecten meer, maar abstracte geometrische vormen, zwarte rechthoeken tegen een witte achtergrond, in verschillende standen en posities. Sommige staan stabiel rechtop, andere enigszins scheef, in een wankel evenwicht. In plaats van ruimtelijke objecten werkelijk te laten bewegen, probeert hij nu in het platte vlak en met minimale middelen spanning en de illusie van beweging op te roepen. Hij maakt een hele serie van dit soort werken in verschillende constellaties, waarbij de posities van de figuren, hun onderlinge relaties en hun relatie met de achtergrond telkens veranderen. Zijn werk is minimalistisch geworden. De zwarte figuren doen mij denken aan de suprematistische schilderijen van Malevich.
“Je had wel lef,” zeg ik.
“Lef? Hoezo?”
“Nou, dat je nog iets dacht te kunnen toevoegen aan het werk van Malevich.”
“Malevich? Daar wist ik niks van,” zegt Thom. Dat lijkt nu misschien ongeloofwaardig, maar in de jaren zestig, dus ruim voor het digitale tijdperk, waren afbeeldingen van moderne kunst nog tamelijk schaars. En toen het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1957 de eerste grote Malevich-tentoonstelling organiseerde, was Thom pas vijf jaar oud. Zijn vader, die vooral realistische portretten en religieuze voorstellingen schilderde, zal daar zeker niet met hem zijn geweest.
“En wat vond je vader ervan?”
“Die kon er goed naar kijken. Hij vond het wel bijzonder. Hij zei: ‘Je wordt er rustig van.'”
Om een maximale spanning te creëren tussen de figuren onderling en ten opzichte van de achtergrond, gebruikte Thom uitgeknipte vormen van zwart karton, die hij net zo lang heen en weer schoof tot de compositie goed was. “Dat luistert heel nauw, zegt hij, twee millimeter naar links of naar rechts en het is weg.”
Net zoals wanneer je thuis een schilderij ophangt, denk ik, maar houd wijselijk mijn mond. Het is trouwens niet waar, is mijn volgende gedachte, want daar maakt twee millimeter geen verschil. En het doel is vooral evenwicht en harmonie. Waar het Thom om ging, was de spanning tussen de figuren tot het uiterste op te voeren. “Er moet altijd een soort plus en min in een schilderij zitten, heb ik het gevoel.”
“Ja, zeg ik, dat lijkt mij een algemeen kunstprincipe, dat heb je ook in de literatuur. Kunst is bijna altijd gebouwd op tegenstellingen, op spanning tussen twee polen.”
“Ja ja. leven en dood en…”
“Donker en licht.”
Vanaf zijn achttiende exposeerde Thom zijn abstracte werken regelmatig in een Leidse galerie, waar ook de student Rudi Fuchs bij betrokken was. Een poging om een expositie in het Stedelijk te krijgen mislukte helaas. De toenmalige directeur De Wilde kwam samen met zijn conservator Behren kijken in Thoms atelier, maar ze konden niet geloven dat een achttienjarige autodidact in staat was zulke werken te maken.
Dit alles speelde zich af in de jaren zestig, de tijd van de pop-art en het minimalisme. Thom heeft de basisgedachte van het minimalisme daarna nooit meer losgelaten. De minimalisten verzetten zich tegen de romantische opvatting dat de kunstenaar zijn diepste gevoelens in zijn werk uitdrukt. Volgens hen gaat het er helemaal niet om de persoonlijkheid of de emoties van de kunstenaar uit te drukken, maar om de essentie van de dingen te laten zien, los van hun alledaagse verschijning.
Het minimalisme is een voortzetting van de abstracte kunst uit het begin van de twintigste eeuw. Van de zwarte en witte vierkanten van Malevich zijn in de jaren zestig door verschillende minimalisten (Robert Rauschenberg, Robert Ryman, Ad Reinhardt) varianten gemaakt. Toch is er ook een verschil. Kunstenaars als Mondriaan en Malevich stonden onder invloed van de spirituele bewegingen van rond 1900. Zij lazen de boeken van Vivekananda over yoga en de theosofische geschriften van Ouspensky en Helena Blavatsky. Zij geloofden in een hogere werkelijkheid die alleen met de intuïtie, met het innerlijk oog kon worden waargenomen en die onzichtbare, ware werkelijkheid wilden zij in hun werk weergeven. Malevich beschouwde het gevoel als het meest wezenlijke van al het bestaande en zijn suprematistische schilderijen als de meest zuivere uitdrukking daarvan. Hij noemt dat “een rede voorbij de rede.”
De latere minimalisten waren bescheidener. Zij richtten zich op de essentiële eigenschappen van vormen in de ruimte. En zij zetten zich af tegen de gevoelsexplosies van hun tijdgenoten, abstract-expressionisten zoals De Kooning, Rothko en Barnett Newman. Om elke persoonlijke expressie of metafysische dimensie te vermijden, gebruikten ze industriële materialen, zoals metaal, en lieten ze hun werken ook vaak in fabrieken maken om ze een volkomen onpersoonlijk uiterlijk te geven.
Door het minimalisme ontdekte Thom het wezenlijke achter de alledaagse verschijning van de dingen. “Ik liep op straat en opeens ging ik alles heel anders zien. Ik zag geen ramen of daken of regenpijpen, maar vormen en materialen. Dat was een enorme eye-opener.”
In de daarop volgende jaren maakte hij een serie werken in de geest van de arte povera, de stroming waarbinnen men zich verzette tegen de kunstcommercie en het traditionele begrip van de hoge stijl. Arte povera kunstenaars werkten niet met verf, maar bij voorkeur met andere, goedkope en soms zelfs waardeloze materialen.
“Dat was voor mij de periode dat ik echt met materialen aan de gang ging.”
“Wat trok je daarin aan?”
Thom laat foto’s zien van een installatie die hij indertijd maakte. Tussen twee meterslange lappen kronkelt een pad naar de ingang van een gebouw, waar een expositie werd gehouden.
“Ja, dat je dan eigenlijk het poëtische van het materiaal leert zien en gebruiken. Hoe je daar iets beeldends mee kan doen. Dat doek wat dan zo plooide en hing en zo… Lichtval en dergelijke. Ik gebruikte die materialen op een vrij minimalistische manier, dus, wat doet dat doek als je het zo en zo vastmaakt, als het zo hangt.”
“Werkte je voornamelijk met doeken of ook met andere materialen?”
“Ook wel hout natuurlijk en karton, ook heel veel, maar dat is er allemaal niet meer. Allemaal gesloopt. Blijkbaar waren ze toch niet zo best.” Hij zegt het lachend en ik weet niet hoeveel ernst er achter die lach schuilt.
In de volgende fase werkt hij opnieuw met eenvoudige, geometrische vormen zoals rechthoeken, maar er is ook een verschil. De vormen liggen nu niet meer in een plat vlak. Er zijn kleine, subtiele hoogteverschillen tussen, soms maar van een of twee millimeter. De oppervlakkige waarnemer valt het niet op. Je ziet het pas wanneer je het werk ook van opzij bekijkt.
Een van die nieuwe werken is een staande rechthoek waarop een verticaal golfpatroon is geschilderd. Van voren gezien lijkt het een schilderij, maar van opzij blijkt die rechthoek echter niet plat te zijn, maar gegolfd. Wat een tweedimensionaal schilderij leek is in werkelijkheid een golvend reliëf. De golven zijn echt en ze staan dwars op de geschilderde golven. Hoewel de kunstenaar nog steeds bezig is met zijn onderzoek naar vormen die beweging suggereren, is er nu iets anders bijgekomen. De vormen zijn op een onopvallende manier ruimtelijk geworden. Alsof het schilderij zichzelf uit zijn platheid verheft, zich omhoogwerkt de ruimte in. Het plastische en het platte vlak komen samen.
Vervolgens trekt Thom hieruit de logische conclusie. Zijn werken worden driedimensionaal. Hiervan laat hij enkele voorbeelden zien, die deel uitmaken van een serie. Het zijn telkens twee tegen elkaar aanliggende smalle strips, een van blank aluminium en een van geverfd hout. Ze liggen onder een soort deksel van plexiglas, een kader dat deel uitmaakt van het werk. De spanningsverhoudingen worden nu niet meer alleen opgeroepen door de vormen en hun relatieve posities, maar ook door de tegenstellingen tussen de materialen, hout, verf, aluminium, plexiglas.

18[1]

Hij laat ook de cirkels zien die hij in het Kröller-Müller heeft geëxposeerd. Maar nu valt me iets op dat ik toen niet heb gezien. De cirkels, die zijn uitgesneden uit golfkarton (een typisch arte povera materiaal), hebben verschillende diktes. Voor sommige is één laag karton gebruikt, voor andere anderhalve laag en voor weer andere twee. Ook hier geldt: als je er recht voor staat, zie je het niet. Je ziet het pas als je er van opzij naar kijkt of er heel langzaam langs loopt. Dit brengt mij op de gedachte dat het thema van vorm en beweging in deze werken op een andere manier wordt verwezenlijkt dan daarvoor. Het is niet meer het werk zelf dat beweging suggereert, maar de toeschouwer die moet bewegen om de minimale vormverschillen waar te nemen. Anders gezegd: de manier van kijken van de beschouwer speelt mee in de totstandkoming van het werk. En is dat in wezen niet met alle kunst het geval? Beeldende kunst leert ons aandachtig te kijken en door die aandachtige beschouwing komt het kunstwerk pas echt tot leven.
Terwijl ik Thoms werk bekijk, realiseer ik me dat elke fase in zijn artistieke ontwikkeling voortvloeit uit de vorige. Een paar dingen komen telkens terug. De beweging en de rol van de toeschouwer in die beweging.

03-1[1]

De laatste jaren is hij bezig met performances. Hij werkt nog steeds met eenvoudige geometrische figuren, maar het zijn nu geen objecten meer die hij aan de muur hangt, maar voorwerpen waarmee hij iets doet. Zo zag ik een performance waarin hij een aantal van die vormen langzaam, bijna ceremonieel uit zelfgemaakte dozen haalt en ze samenbrengt in een bepaalde opstelling. Daarna neemt hij ze, nog steeds heel langzaam, weer een voor een weg en bergt ze op in hun dozen. De performance duurt bijna een half uur en doet op een vreemde manier tegelijkertijd denken aan de rituele handelingen van een priester bij het altaar en aan een goochelaar in slow motion, die allerlei voorwerpen te voorschijn haalt, waarmee hij vervolgens zijn truc vertoont. Maar de voorwerpen waarmee Thom werkt, zijn geen hoge hoeden, sjaals, ballen en konijnen, maar abstracte vormen die geen andere betekenis hebben dan te zijn wat ze zijn. Een ander belangrijk verschil is dat Thoms performance niet naar een clou of apotheose toewerkt. Er zit geen dramatische spanning of ontwikkeling in. Er is een begin, een midden en een eind. In zoverre is er sprake van een handeling. Maar een drama in de zin van Aristoteles is het niet. Wat ontbreekt is de onomkeerbare verandering. Aan het eind van een drama is de held of heldin volwassen geworden, heeft de taak volbracht of is jammerlijk ten onder gegaan. Voortaan zal niets ooit meer zo zijn als vroeger. Bij Thoms “drama” is aan het eind alles weer precies zoals het was aan het begin. Zeker, er is sprake van een gebeurtenis, maar de essentie van de dingen is hetzelfde gebleven. Ook de performance is cirkelvormig en heeft wat dat betreft iets van een religieus ritueel.
Het werk van Thom Geraedts is heel consequent in het gebruik van de allereenvoudigste vormen en het thema van de spanning tussen die vormen onderling en ten opzichte van hun omgeving. Door het streven naar minder in plaats van meer, door het ontbreken van persoonlijke expressie en emotie, en de nadruk op de essentiële eigenschappen van de dingen (afmeting, vorm, kleur, positie, materiaal) is dit werk een zuiver voorbeeld van minimalistische kunst. En toch, hoe zuiver is zuiver? In sommige van Thoms werken komt iets terug van een persoonlijk handschrift. Wanneer hij bepaalde oppervlakken beschildert, ontstaat door de penseelvoering een structuur die de hand van de kunstenaar verraadt. Oppervlakkig gezien lijken de lijnen, de vlakken en de kleuren strak en egaal, alsof ze op de tekentafel zijn gemaakt. Maar als je er van dichtbij naar kijkt zie je dat bijna niets helemaal regelmatig is. Je ziet het handwerk. Gelukkig maar.

P1020182

Sinds mijn bezoek aan Thoms atelier hangt er bij mij thuis een van zijn werken aan de muur. Een horizontale strip van aluminium en daarop een iets smallere strip van witgeschilderd hout. Aan de linkerkant een klein blauw rechthoekje dat naar boven toe schuin afloopt. Na een paar weken viel me opeens op dat de houten strip een beetje scheef liep, alsof hij was kromgetrokken. Ik vroeg me af of dat niet hersteld moest worden en ik belde Thom op.
“Zit die strip los?” vroeg hij.
“Zo te zien niet, maar het is wel scheef.”
“Die houten strip wordt naar de rechterkant toe smaller. Dat heb ik gedaan omdat het anders een beetje doods zou zijn geworden.”
“O ja, en dat blauwe blokje links brengt dat weer in balans.”
“Precies.”
“Wat stom dat ik dat niet eerder heb gezien. Toch weer niet goed genoeg gekeken.”

© Ferenc Schneiders

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.