Krantenpulpwerken

Een interview met Pieter Geraedts, beeldend kunstenaar.

Op de parkeerplaats middenin het natuurgebied moeten de bezoekers hun auto verwisselen voor een van de gratis fietsen die het museum daar heeft neergezet. Terwijl ik rustig voort peddel, genietend van de fraaie herfstkleuren, vraag ik me af waarom de natuur eigenlijk nooit teleurstelt. Het lelijke in de wereld is altijd door mensen gemaakt. Vanuit een esthetisch oogpunt gezien zijn de meeste dingen die mensen maken, mislukt. In de natuur is nooit iets mislukt. Een in verval geraakte industriestad met verlaten fabrieken en dichtgespijkerde huizen vinden we treurig en beklemmend, maar een leeg, woest en onherbergzaam landschap vinden we mooi en indrukwekkend. Voor angstaanjagende en vernietigende natuurkrachten zoals orkanen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen hebben we ontzag en bewondering, ze zijn subliem zoals men dat in vroeger eeuwen noemde. Waarom hebben we diezelfde gevoelens niet bij de ontploffing van een atoombom of de explosie van een kerncentrale? Vroeger probeerden kunstenaars het grootse van de natuur in hun schilderijen weer te geven, maar dat schoonheidsideaal hebben ze al lang opgegeven. Nu heeft zelfs in de kunst het lelijke de overhand gekregen.
Terwijl ik me laat meevoeren op de stroom van kunstfilosofische mijmeringen over het schone en het sublieme, klapt onverwachts mijn zadel omlaag zodat ik bijna van mijn fiets val. Ik stap af en duw het zadel weer in een normale, horizontale positie, maar zodra ik erop ga zitten klapt het weer voorover. Dit gebeurt een aantal malen en tenslotte neem ik de fiets aan de hand en ga lopend verder waardoor ik ook de schoonheid die mij omringt weer in het oog krijg. De herfst is toch het mooiste jaargetijde. Dat heiige. Het gouden strijklicht van de laagstaande zon. En al die tekenen van verval en een naderend einde. De geur van rottende bladeren. Spinnenwebben, schimmels. Zou een boswandeling in de herfst een kunstwerk kunnen zijn? Ook als die wandeling niet wordt vastgelegd op foto’s of film? Een levend kunstwerk?

P1020098

Het werk van Pieter Geraedts bestaat uit cirkelvormige schijven. Cirkels hebben geen begin en geen einde. Ze zijn het enige zichtbare teken van iets onzichtbaars dat wij niet kunnen bevatten: oneindigheid. Om dat weer te geven hebben cirkels in de kunst vaak een hoge graad van perfectie. Alsof ze niet door mensenhanden zijn gemaakt. Ze suggereren volmaaktheid, hoewel een werkelijk volmaakte cirkel alleen in de verbeelding kan bestaan.
De cirkels van Geraedts zijn allesbehalve volmaakt. Ze lijken op de pannenkoeken die kinderen maken van een bol klei. De randen zijn onregelmatig en het oppervlak vertoont de onregelmatige indrukken van vingers en duimen. In sommige zit een klein gat, andere zien eruit als de ring van Saturnus. Deze primitieve, enigszins ruwe vormen contrasteren sterk met de strakke, witte wanden van het museum. Alsof ze daar eigenlijk niet horen. Alsof ze afkomstig zijn uit het natuurgebied dat het museum omringt en dat zichtbaar is achter de buitenwanden van glas. Het zijn eenvoudige, kinderlijke vormen van bruingrijze klei, zo op het oog zonder enige pretentie en tegelijk met een mysterieuze aanwezigheid. Mysterieus in hun zwijgzaamheid. Het lukt me niet om ze in de een of andere kunststroming onder te brengen. Is het minimalisme? Arte povera? Conceptuele kunst? Ik heb nog nooit zoiets gezien. Wie is de kunstenaar die dit gemaakt heeft? Wat is zijn bedoeling? Wat probeert hij met die primitieve kleipannenkoeken uit te drukken of over te brengen?

Een paar maanden hierna zit ik op een terras aan het water en neem nog eens de vragen door die ik de kunstenaar wil stellen. Ik heb moeite mijn gedachten erbij te houden. Telkens dwaalt mijn blik van het papier naar de zonverlichte straatstenen, de schittering van het licht op het donkere water van de singel en het silhouet van de molen die boven de huizen uittorent. Het liefst zou ik hier nog lang blijven zitten. De tijd lijkt stil te staan als op een zeventiende-eeuws schilderij. Gezicht op Leiden. Onthaasten. Niet meer meedoen met het vlooientheater. Vlug, vlugger, vlugst. Als je alles vlugger doet, win je dan tijd? Of verlies je juist tijd? Hoe minder je je haast, hoe langzamer de tijd voorbijgaat, dus hoe meer tijd je wint. Als je alles vlug doet kun je meer dingen doen, maar dan vliegt de tijd voorbij, dus daarmee win je geen tijd. Tijdwinst is eigenlijk geldwinst. Maar omdat het ordinair is om daarover te praten, noemen ze het tijdwinst. Umwertung aller Werte. Geldwinst is tijdverlies.

P1020099P1020104P1020093

Pieter Geraedts woont en werkt in een oud schoolgebouw. In het lokaal dat als zijn woonkamer dienst doet hangen de muren van onder tot boven vol met zijn werk. Niet alleen cirkels, maar ook allerlei andere vormen. Zo te zien wel allemaal gemaakt van hetzelfde materiaal en volgens hetzelfde procédé. Rechthoeken, vierkanten, cirkels, schijven met en zonder gat in het midden, onregelmatige zeesterachtige vormen, hekken en rasters, sommige in meerdere lagen op elkaar gestapeld, naast elkaar in een gesloten rij of op een schijnbaar slordige hoop gegooid. Op sommige staan roetzwarte tekens, lijnen, hoeken en kruisen die doen denken aan prehistorische grottekeningen. De meeste hebben een grauwe kleikleur, maar enkele zijn gedeeltelijk wit geschilderd.
De kunstenaar is een vriendelijke man met een stoppelbaard en een slordige bos grijs haar. Hij heeft een grappig loopje. Alsof hij elk moment wil gaan huppelen. Ik loop wat rond en bekijk sommige werken van dichtbij.
– Eerst dacht ik dat het klei was, maar het lijkt toch meer op papier mâché.
– Ze zijn van krantenpulp gemaakt, zegt Geraedts. Ik doe die kranten door de versnipperaar en dan maak ik er een soort klei van.
– Waarom kranten?
– Vanwege de chaotische hoeveelheid informatie. Wij krijgen tegenwoordig in één dag evenveel informatie als iemand in de middeleeuwen in zijn hele leven. Je kunt je niets meer eigen maken. Dan is er weer dit en dan weer dat. Op een gegeven moment ben je een willoos ding dat heen en weer geslingerd wordt van nul naar nul. Dat probeer ik ongedaan te maken door een proces van mummificatie. Het is gestold, tot stilstand gebracht.
– De betekenis van het werk zit hem in het feit dat het kranten geweest zijn. Dat je dat weet?
– Ja.
– Daar zit volgens mij een moeilijkheid. Als je jouw werk in een museum ziet, dan weet je niet dat het van kranten gemaakt is.
– Daarom noem ik het altijd krantenpulpwerken, zegt Geraedts. En dan vertrouw ik erop dat de mensen het op een gegeven moment wel zullen snappen. Het materiaal is eigenlijk de inhoud.
– Dat klinkt conceptueel, zeg ik. En toch zijn het ook op een bepaalde manier esthetische objecten. Ze hebben een sterke aanwezigheid. Ze zijn mysterieus.
– Ja, ik denk dat dat er op een of andere manier in komt. Als ik een bepaalde overtuiging heb of een soort levensopvatting, dan gaat dat ook naar het materiaal toe. Ik voeg me naar het materiaal en het materiaal voegt zich naar mij. Het gaat erom dat je je ik helemaal loslaat en dat het dan kan gebeuren. Of dat het gewoon gebeurt. En dat er niet iemand is die zegt: Ja, dat heb ik graag en dat wil ik niet. Ik maak die dingen eigenlijk niet, ze gebeuren meer. Klinkt een beetje zweverig, hè?
– Ik geloof dat dat met veel kunstenaars zo gaat. Daar zijn genoeg getuigenissen van. Er zijn schrijvers die dat hebben gezegd en ook schilders. Picasso zei, ik zoek niet, ik vind. Dat is ook zoiets.
– Je moet jezelf ervoor uitschakelen, anders kan die hogere macht zich niet uiten. Dat vind ik ook het mooie van ouder worden. Dat ik niet meer zo bezig ben met mezelf uit te drukken. T.S. Eliot heeft gezegd: Kunst maken is niet het uitdrukken van persoonlijke gevoelens, maar juist het ontsnappen daaraan. Ik wil het liefst als de natuur werken en niet naar de natuur. De natuur wil niets, die streeft geen enkel doel na. Doeleinden zijn niets anders dan menselijke verzinselen. Het moet zo onpersoonlijk mogelijk zijn.
– Kan een mens wel als de natuur werken? Er is toch altijd iets dat je nastreeft. Je zegt zelf: Het moet zo onpersoonlijk mogelijk zijn. Dat is al een doel.
– Waar ik op uit ben, dat is waar het eigenlijk in het hele leven om draait, mezelf los te laten. Dat zit ook in de natuur. Dat je op een behoorlijke manier dood kunt gaan. Dat je als het zover is kunt zeggen: Nou, hier… Onze energie ontstaat tussen de dood aan de ene kant en aan de andere kant het leven. Dat samen maakt het bestaan. Maar dat bestaan heeft ook weer een tegenpool. Dat is de desintegrerende leegte.
– Zie je die enorme stroom informatie als een soort leegte?
– Nee, de desintegrerende leegte gebruikt die informatiestroom om te desintegreren. Ik neem die desintegrerende leegte als onderwerp, maar daarmee wil ik niet zeggen dat het een negatief ding is. Op zich is een negatieve energie niet negatief. Die energie ontstaat alleen maar tussen de negatieve en de positieve pool in. Al die aspecten kunnen op een gegeven moment in een werk naar voren komen.
Hoewel ik tot dan toe met interesse naar het betoog van Geraedts heb geluisterd, raak ik nu enigszins geprikkeld. Wat mankeert al die mensen toch? Eerst valt iedereen – en terecht – van zijn traditionele geloof af en dan storten ze zich weer kritiekloos in de slappe armen van de nieuwe spiritualiteit. Waarom maken mensen van die rare teksten als ze kunst gaan uitleggen? Of het lijkt wartaal of het zijn open deuren. Curatoren, die kunnen er ook wat van. Aan de andere kant wil ik het Geraedts niet te lastig maken. Ik heb er tenslotte zelf naar gevraagd. Uit zichzelf had hij er waarschijnlijk niets over gezegd.
– Je zegt dat dat allemaal in een werk naar voren kan komen, die desintegrerende leegte en die polen. Maar wat moet ik me daar bij voorstellen?
Geraedts staat op, huppelt de kamer uit en komt terug met een groot, rechthoekig werkstuk, dat hij op de vloer tegen een stoel zet. Het bestaat uit zes ongeveer gelijke vierkanten.
– Zeg maar, ik maak zoiets en ik laat het drogen. Dit was eerst gewoon een rechthoekig ding. En dan breek ik het in stukken en die ga ik later weer aan elkaar maken. Dan is het opgedeeld en toch een geheel. Zoiets.
– En die zwarte tekens?
– Die heb ik erin gebrand. In vuur zit die tegenstelling ook. Het is tegelijkertijd vernietigend en opbouwend. Zoals het platbranden van een stukje oerwoud om de grond vruchtbaar te maken. Dan heb je de vogel Phoenix die uit zijn eigen as herrijst. Dat zijn dingen die zijdelings meespelen. Soms smeer ik er ook kleur op, alleen wit en zwart wat geen kleuren zijn. Zwart is de kleur die alles absorbeert en wit kaatst alles terug. Het hoort bij elkaar. Min en plus. Die kranten dat is de lineaire tijd. Als je dat weer opneemt in het grote geheel, dan krijg je het cyclische. Dat vind ik eigenlijk de enige troost in ons leven. In mijn leven althans. Dat het op de een of andere manier doorgaat, niet mijn leven, maar het leven. Prachtig eigenlijk, hè? Ja, daar kan ik echt ontroerd van raken.
– Je hebt vroeger een ander soort dingen gemaakt. Emmers en zo.
– Die gingen ook over de leegte.
– En toen je begon met die plakken, waren die toen allemaal rond of had je meteen ook al andere vormen?
– Nee, dat is later gekomen. Eerst had ik alleen maar die ronde dingen. En na die tentoonstelling in het Kröller-Müller dacht ik: Dit is meer dan genoeg. Wat kan ik nou verder nog doen? Maar dan dringt zich toch weer iets aan je op en dan moet ik het op een gegeven moment maken. Soms heb ik de neiging om ermee op te houden.
– Waarom?
– Omdat ik vind dat de kunst de verkeerde kant opgaat. Als je op de KunstRai rondloopt, zie je alleen maar van dat ik-ik-ikspul. Daar wil ik eigenlijk niet meer bij horen. En ik hoor er ook niet meer bij, want mij zie je er niet meer. Ik heb er één keer gehangen, nou, niemand die… ze zeiden allemaal: wat is dat voor materiaal?
– De kunstwereld is net zo geworden als die kranten.
– In feite wel. Verstikkend. Het gaat om geld verdienen. En daarom hoopte ik dat ik ermee op kon houden.
Ik weet niet goed wat ik hierop moet zeggen. Ermee ophouden. Een gedachte die ook weleens bij mij is opgekomen, maar die ik snel weer heb verdrongen.
Het blijft tamelijk lang stil. Afgezien van de spirituele orakels, waar ik als realist niet zo goed tegen kan, hebben de uitspraken van Geraedts toch indruk op me gemaakt. Het doet me denken aan wat die filosoof zei die ik ooit heb geïnterviewd: ‘Ik geloof niet dat het individu belangrijk is. Het gaat om de soort.’ Het zou mooi zijn er een film van te maken. Laten zien hoe hij van die kranten pulp maakt en die pulp verandert in kunst. Hoe hij van de volte een leegte maakt en daarvan weer een nieuwe volte.
Ik kijk om me heen. Geraedts heeft geen moeite gedaan om van het schoollokaal een gezellige woonkamer te maken. Hij heeft alles gelaten zoals het was, de deur met het raampje erin, het hoge plafond en de hoge ramen. In de hoek staat nog de lange stok met de haak waarmee de meester de bovenramen open en dicht deed. Aan de muren waar vroeger het schoolbord hing en de aardrijkskundige platen, hangen nu, zwijgend en onaangedaan, Geraedts’ krantenpulpwerken. Ondanks alles wat er in het voorbije uur over hen gezegd is, hebben ze niets van hun geheimzinnigheid verloren. Buiten, achter de hoge ramen, staan eeuwenoude bomen. Het zonlicht schittert tussen het dichte gebladerte. Niet naar de natuur, maar als de natuur, denk ik. Dan sta ik op om wat foto’s te maken.

© Ferenc Schneiders

29-Pieter-Geraedts-1160x772[1]

Een gedachte over “Krantenpulpwerken

  1. Ik sta perplex…. Prachtig die vermenging van eigen beleving (ook in bredere zin) van de schrijver en de (m.i. zeer adequate) beschrijving van mijn werk en aanleidingen tot het maken ervan. Ook als ik niet degene die er als maker bij betrokken was, zou ik het met (veel) meer dan normale belangstelling gelezen hebben. Ik zou wensen, dat de kunstkritiek die kant op zou gaan. Dan zou ik het dus zeker lezen; nu lees ik bijna nooit wat de dames en heren critici over een tentoonstelling o.i.d. te melden hebben. Mijn conclusie na het lezen: kunstkritiek kan dus weldegelijk ook litteratuur zijn. Als ik redacteur van een krant zou zijn, zou ik de schrijver uitnodigen om nog een stel van zulke essays te schrijven. Joost Zwagerman heeft volgens mij ook – op zijn manier dan – van zijn kunstbeleving/-beschouwing litteratuur gemaakt.

    Like

Laat een reactie achter op pieter geraedts Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.